Anne van tien jaar had zo’n twintig aanvallen per dag. Na een lange zoektocht bleek het epilepsie te zijn. Deze diagnose bracht opluchting en een richting, een pad om te volgen. Moeder Christel: “We werden verwezen naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) voor een chirurgietraject. Het WKZ voelde als een plek van hoop. Het gespecialiseerde team nam de tijd en werkte zorgvuldig. Dat gaf vertrouwen.”
“We kwamen eerst bij de maag-darm-leverarts terecht in een ander ziekenhuis,” vertelt Christel. “Anne moest veel overgeven, sliep nauwelijks, was uitgeput en raakte steeds meer beperkt in haar dagelijks leven. In de tussentijd ging het steeds slechter. Zwemmen, fietsen, spelen, kinderfeestjes – veel dingen mochten niet meer.”
De kans op succes was groot: tachtig procent aanvalsvrij
Pas in het WKZ kwam er duidelijkheid en de mogelijkheid van een epilepsieoperatie in beeld. De kans op succes was groot: tachtig procent aanvalsvrij. De week van de operatie was intensief. Anne was tijdens de operatie onder narcose en kreeg elektroden op haar hersenen om precies te bepalen waar de epilepsie vandaan kwam. Dat betekende ook veel in bed liggen, wakker blijven, aangesloten op apparatuur, op een volwassenafdeling. Christel: “Als ouder wil je dan maar één ding: dichtbij zijn en rust waar het kan.”